Zo tegen het einde van de middag, als fietsers en wandelaars huiswaarts keren, begint voor de bemanning van de Jacob Petrus het opruimen en nachtklaar maken van de pont.Als de pont goed ligt afgemeerd en de vlaggen zijn gestreken wordt als laatste het ketting met een hangslot vastgezet. Een enkele keer valt het slot of de sleutels in het water. Geen nood, de sleutels hangen aan een drijver en voor het slot is een reserve voorhanden.
Maar nu ging het om iets anders. Tijdens het aanbrengen van het slot bukte de schipper iets te ver naar voren waardoor zijn telefoon met rijbewijs en bankpasjes uit het borstzakje glipte en tussen wal en schip verdween. Prompt kwam een vrijwilliger met een schepnet met extra lange steel. Helaas is het water bij ons 6 meter diep en dat vereist enige souplesse bij het hengelen met een schepnet. En die lenigheid ontbrak helaas bij zowel de schipper als bij de toegesnelde vrijwilliger. Gelukkig, de ‘beste’ hulp stond aan de wal.
Deze schipper-opleider bood zich spontaan aan en liggend op zijn buik zou hij dit wel even fiksen. Helaas was ook zijn telefoon niet goed opgeborgen en zo lag binnen de kortste keren het 2e mobieltje in het water. Ontzetting alom! Het was duidelijk dat hier een professional bij moest komen.
De volgende ochtend stond er een duiker met duikpak, bril, hoofdlamp en zuurstoffles vol zelfvertrouwen klaar. En terecht: binnen 1 minuut was de eerste telefoon boven water en even later de tweede. Of de telefoons nog werken? In ieder geval zijn rijbewijs en bankpasjes nog bruikbaar.
Een goede raad aan de schippers: berg je telefoon goed op.
Ronald Kramer, schipper van de Friese veerboot Jacob Petrus